menu Home Wie ben ik Wat doe ik Blog Contact
Yellow Socks

Oplichterssyndroom

Ik heb in mijn arbeidsverleden regelmatig te horen gekregen dat ik zelfverzekerd overkom, een harde werker ben en succesvol ben in de dingen die ik doe. Fijn natuurlijk, steek dat maar in je zak! Dat zou je denken. Maar toch bekroop mij op momenten - meer dan mij lief was - het gevoel incompetent te zijn en had ik het idee (bewust of onbewust) dat op een dag zou blijken dat ik helemaal niet zo goed ben. Dat ik door de spreekwoordelijke mand zou vallen. Met dank aan ‘Kritische Karel’.



Mijn moeder heeft mij weleens verteld dat toen ik nog heel klein was en ik iets niet goed of fout had gedaan, dat ik dan met mijn hoofd tegen de koelkast ging bonken. Toen al was mijn innerlijke criticus in mijn leven aanwezig. Zoals die nog steeds op momenten ten tonele kan komen wanneer ik mij in een ogenschijnlijk onvermogende situatie kan bevinden. Ogenschijnlijk, omdat ik mij inmiddels bewust ben van mijn irrationele gedachten, beperkende overtuigingen, verkrampingen en imperfecties. En hoe deze invloed kunnen hebben op de dingen die ik doe of juist niet. Ik daag mijzelf hier dagelijks op uit.

Nog niet zo lang geleden werd ik geattendeerd op een artikel dat ging over het ‘imposter syndrome’ of oplichterssyndroom. De vloek van slimme mensen. Nooit goed genoeg, hoge eisen stellen (aan jezelf én je omgeving), perfectionistisch, uiterlijk sterk, knagend gevoel, op eieren lopen, gevoelig voor kritiek, werkstress. Herken je dit? Allemaal héél herkenbaar voor mij. En blijkbaar is er dus ook een term voor.

Volgens Wikipedia is het oplichterssyndroom (bedriegerssyndroom of bedriegersfenomeen) een term die in de jaren ‘70 werd geïntroduceerd door psychologen en onderzoekers om mensen te beschrijven die niet in staat zijn hun prestaties te internaliseren. Ondanks externe bewijzen van hun competentie, blijven mensen met het syndroom ervan overtuigd dat ze bedriegers zijn en hun succes niet verdienen. Blijken van succes worden afgedaan als geluk, timing of het resultaat van het misleiden van anderen waardoor die denken dat zij intelligenter en competenter zijn dan ze zelf geloven. Bij vrouwen blijkt dit overigens meer voor te komen dan bij mannen.

Jeetje, blijk ik dan toch een hardnekkige persoonlijkheidstrek te hebben? Nee, want doorgaans is het gedrag van mensen die geneigd zijn tot deze zogenaamde ‘oplichtersgevoelens’ niet waarneembaar. En waarneembaarheid van gedrag blijkt weer een voorwaarde om dit aan een persoon of persoonlijkheid toe te kunnen schrijven. Het oplichterssyndroom zegt voornamelijk iets over hoe verschillende mensen kunnen reageren op situaties die zulke gevoelens oproepen. Niets meer, niets minder. Leuk om te vermelden is dat Albert Einstein wellicht aan het eind van zijn leven aan het syndroom heeft ‘geleden’. Een maand voor zijn dood vertrouwde hij naar verluidt een vriend toe: “De overdreven achting voor mijn levenswerk maakt me erg ongemakkelijk. Ik neig ertoe mezelf te zien als een onvrijwillige zwendelaar.”

Volgens ‘The Book of Life’ (‘The School of Life’) is de belangrijkste oorzaak van het oplichterssyndroom dat wij geneigd zijn om een ongelooflijk tegendraads beeld te hebben van andere mensen; wij denken bijvoorbeeld dat alleen anderen succes kunnen hebben. Zo ontstaat er een bijna onoverbrugbare statuskloof met anderen. De reden dat wij onszelf een ‘oplichter’ vinden is niet omdat onze imperfectie zo uniek is, maar omdat wij niet altijd beseffen hoe imperfect alle anderen zijn onder hun (min of meer) gepolijste oppervlak.

De oplossing voor het oplichterssyndroom die gegeven wordt, is een sprong in het diepe. Wij moeten erop vertrouwen dat de geest van anderen in de basis net zo werkt als die van ons. Iedereen is net zo angstig, onzeker en eigenzinnig als wij. Het is een sprong in het diepe omdat wij moeten geloven dat het merendeel van wat wij voelen en zijn (vooral de beschamende en onbespreekbare kanten) bij iedereen aanwezig is.

Om ons te leren begrijpen dat onze zwaktes ons niet hoeven te weerhouden te doen wat anderen doen, vertelde de 16e-eeuwse filosoof Montaigne zijn lezers dat ‘koningen en filosofen schijten, en dames ook'. Het punt van Montaigne is dat ondanks alles wat wij weten over schijten, wij er niet vaak bij stilstaan dat anderen ook moeten hurken op een toilet. Wij zien gerenommeerde of succesvolle mensen dit namelijk nooit doen, terwijl wij erg goed geïnformeerd zijn over onze eigen spijsverteringsactiviteiten. Onze ordinaire darmen bezorgen ons daarom het gevoel dat wij geen ‘filosofen, koningen of dames’ kunnen zijn. En als wij wél zo’n rol aannemen, dat wij dan oplichters zijn.

Het is een mooi voorbeeld omdat wij - ondanks het gebrek aan bewijs - weten dat deze ‘verheven mensen’ dezelfde soort ontlasting hebben als wij. Montaigne nodigt ons uit om op een gezonde manier te kijken naar grootse, machtige mensen. Wij moeten dit niet alleen toepassen op onze lichamelijke functies, maar ook op onze psychische eigenschappen.

Moraal van dit verhaal? In de basis zijn wij allen hetzelfde en daarom staat er niets fundamenteels tussen ons (mensen met ‘oplichtersgevoelens’) en de mogelijkheid om te doen wat anderen doen en daarin succesvol te zijn.

Gek, ik voel opeens lichte aandrang.

 

‹ Vorige pagina